Onze partner: Leeuwis Fysiogroep
Kind & hockey – blessurepreventie en motoriek
Meer sportplezier en prestatieverbetering op korte en lange termijn door blessurepreventie en coördinatieverbetering.
Bekijk wat kinderen graag doen en wat ze leuk vinden. Talent en lichaamsbouw zijn daarbij belangrijk, want het is natuurlijk de bedoeling dat kinderen de sport mentaal en lichamelijk volhouden. Bewegen en sporten heeft als risico dat er een blessure op kan treden bij een kind. Om een kind dan op een juiste manier te behandelen is kennis van het in ontwikkeling zijnde kind een vereiste.
Meeste blessures door groeispurt en te eenzijdig trainen:
Uit onderzoek blijkt dat kinderen en jongeren tijdens periodes van snelle groei een verhoogd risico hebben op (overbelastings-) blessures. Dat komt vooral door de veranderingen in de motoriek. En doordat kinderen wat meer risico’s nemen. De meeste blessures ontstaan aan het begin van het seizoen. Een groot deel van de kinderen groeit gemiddeld meer in de vakanties (rustmomenten). Daar komt bij dat de belasting na een vakantie vaak (te) snel wordt opgevoerd. Soms lopen deze kinderen dan ook letterlijk op hun tenen. Het is belangrijk dat ouders, trainers, coaches en leerkrachten zich van dit alles bewust zijn en rekening houden met de (trainings-) belasting die ze aanbieden. Kinderen die tijdens het sporten veel prestatiedruk ervaren, gaan gemakkelijker over hun grenzen, met blessures tot gevolg.
Meer verschillende niet hockey gerelateerde oefeningen doen.
Overbelasting letsels door teveel en eenzijdig trainen:
Kinderen bewegen steeds minder. Er wordt minder buiten gespeeld en er is minder breed bewegingsonderwijs op school. Dan is de reactie van de sportclub om steeds meer te gaan trainen. En dan ook nog op één sport. Daarmee worden kinderen sneller beter, maar is de duurzaamheid beperkter door een grotere kans op overbelasting. Wij zien veel meer blessures bij kinderen dan vroeger. Voetklachten, Hielklachten, Knieklachten en Hamstringblessures. Dit komt omdat ze teveel eenzijdige sport bedrijven. Hierdoor ontwikkelen kinderen een minder breed motorisch palet, omdat ze op jongere leeftijd teveel tijd aan één sport besteden. Oplossing: minder vaak en minder specifiek trainen. Meer verschillende niet hockey gerelateerde oefeningen. Maximaal twee keer per week trainen en een wedstrijd.
Overbelasting letsels door groeispurten:
Kinderen groeien niet gelijkmatig. Elk kind krijgt te maken met een versnelde groeifase, ook wel groeispurt genoemd. Bij de een verloopt zo’n groeispurt wel geleidelijker dan bij de ander. Kinderen maken drie groeispurten door. Bij de laatste, derde groeifase is er een verschil tussen meisjes en jongens. Meisjes doorlopen deze groeispurt gemiddeld op de leeftijd van tien tot dertien jaar, jongens tussen twaalf en zestien jaar. Dit verschil heeft vooral te maken met de hormonale veranderingen die jongens en meisjes ondergaan. Daardoor verandert het lichaam en het lichaamsbeeld veel in korte tijd. Dit heeft invloed op de (sportieve) ontwikkeling van het kind. Tijdens een groeispurt neemt de botdichtheid tijdelijk af. Spieren en pezen moeten zich dan aanpassen aan de veranderingen door de groeispurt. Vooral de spieraanhechtingen van de hiel en de knieën krijgen het zwaar te verduren. De heup-, enkel- en kniestijfheid neemt toe. Ook verslechtert de balans. Bij meisjes komt het lichaamszwaartepunt meer naar achteren te liggen doordat de heupen breder worden. Bij jongens komt het lichaamszwaartepunt juist meer voorwaarts te liggen doordat de schouders breder worden. Dit heeft invloed op de motoriek. Daar komt bij dat het brein in deze periode ook volop in ontwikkeling is. Voor de coördinatie van je bewegingen is een groeispurt lastig; je ziet vaak dat een kind in zo’n fase tijdelijk onhandig en slungelig is. Tijdens het sporten merken kinderen dat ze anders bewegen, daar moeten ze aan wennen. Hun lichaam doet niet meer wat ze verwachten. Tegelijkertijd nemen ze door rijping van het brein wel meer risico’s, ook op sportgebied. Niet meer sporten dan? Juist wel! Sporten helpt om te wennen aan een nieuwe manier van bewegen. Als er maar rekening mee wordt gehouden dat sommige vaardigheden tijdelijk extra moeilijk zijn voor het kind. Oefeningen gericht op coördinatie helpen kinderen weer meer grip te krijgen op hun bewegingen.’
Kinderen hebben groeispurten, die vaak tot overbelasting letsels zorgen. Het bot groeit meestal wat sneller dan de spieren en de pezen. Als je daar dan belasting op geeft met loop- en sprongsporten kan je hardnekkige blessures oplopen.
Soms moeten kinderen 4, 5 of 6 maanden aan de kant staan. Dat is rampzalig voor een kind, want ze kunnen hun energie niet meer kwijt. Daar moet je dus goed op inspelen. Ouders, trainers en coaches hebben hierin een belangrijke taak: ze moeten hun ogen openhouden voor het fenomeen pijn. Ga pijn vooral niet onderdrukken met pijnstillers, want sport en pijnstillers gaan niet samen. Bouw voldoende rustperiodes in. Seizoenen sluiten naadloos op elkaar aan, waardoor kinderen geen rust meer krijgen. Mentaal en fysiek niet. Dat leidt tot te veel problemen.
Hoeveel mogen kinderen sporten?
Het aantal uur dat kinderen per week mogen sporten, hangt af van de leeftijd. kinderen van 10 jaar oud mogen maximaal 10 uur per week sporten.
Welke bewegingsmogelijkheden zijn normaal en welke belastingen kan een kind aan?
Het is belangrijk om de training af te stemmen op de mogelijkheden van het moment. Overbelasting dient te worden voorkomen en gestructureerde opbouw is belangrijk om zo snel mogelijk weer aan het sportproces te kunnen deelnemen. De behandeling van een blessure van een kind vereist bijzondere kennis en specifieke vaardigheden. Hier zijn wij als kinderfysiotherapeuten bij Leeuwis Fysiogroep voor opgeleid. Wij helpen je kind graag om zo snel mogelijk van zijn/ haar blessure te laten herstellen.
Laat kinderen goed revalideren om herhaling van de blessure en problemen op latere leeftijd te voorkomen. Kinderfysiotherapie wordt 18 keer vergoed uit de basis-verzekering en kost je dus niets.
Hoe is de ontwikkeling positief te beïnvloeden om de belastbaarheid te vergroten?
We houden ons ook bezig met nieuwe inzichten met betrekking tot training- en trainingsopbouw. Het Athletic Skills Model (ASM) gaat uit van basisvaardigheden die voor bepaalde sporten extra belangrijk zijn. In de groei kunnen normale alledaagse activiteiten periodieke overbelasting geven. Om dit te voorkomen of beter te reguleren zijn er trainingen met behulp van ASM op te stellen.
Hoe is een herhaling van de blessure te voorkomen?
Naast de behandeling van het fysieke probleem is begeleiding, voorlichting en preventie van recidief heel belangrijk. De behandeling moet afgestemd worden op het individuele kind met zijn/ haar individuele (on)mogelijkheden.
Kinderen die voor de groeispurt veelzijdig bewegen, vinden tijdens de groeispurt betere beweegoplossingen en hebben minder blessures. Hun aanpassingsvermogen is beter, hun creativiteit groter, er is minder uitval door blessures en ze hebben meer plezier.
Adviezen
1. Een tandje minder Om fit te blijven en te wennen aan nieuwe beweegpatronen, is het belangrijk dat kinderen en jongeren ook tijdens groeispurten voldoende blijven bewegen. Maar wij adviseren wel om tijdens fasen van snelle groei (tijdelijk) minder vaak en minder intensief te sporten en niet tot het uiterste te gaan. Door gerichte oefeningen en advies kan de hoeveelheid belasting die een kind aankan, geleidelijk weer verhoogd worden;
2. Belasting doseren en variatie Bij veel sporten is de tendens om na de zomervakantie veel te gaan trainen. Vaak wordt de belasting hierbij te snel opgevoerd en wordt er ook nog eens te eenzijdig getraind. Om overbelasting te voorkomen is een gedoseerde opbouw met variatie van bewegen wenselijk;
3. Voldoende slaap Goede voeding en voldoende slaap helpen je kind deze periode goed te doorstaan;
4. Groei meten Kinderen die sporten, veel bewegen, hebben tijdens hun groeispurt extra aandacht nodig. Als je weet wanneer een kind pieken in zijn groei heeft en hoe groot die pieken zijn, kun je daar de intensiteit en de manier van bewegen en trainen op aanpassen en kun je extra coördinatieoefeningen bieden. Daarom is ons advies om bij sportende kinderen vanaf een jaar of tien elke drie maanden de groei te meten. De Age of Peak Heigh Velocity (PHV) is goed te meten en is de meest praktische manier om inzicht te krijgen waar een kind staat in zijn of haar groeiontwikkeling. Hiermee kan de periode worden berekend waarin de groeispurt waarschijnlijk plaatsvindt. Op basis hiervan kunnen de belasting en activiteiten worden aangepast;
5. Houd rekening met verschillen Het indelen in een team gebeurt meestal op kalenderleeftijd. Maar juist in de leeftijdsfase tussen tien en vijftien jaar kunnen deze verschillen op fysiek gebied erg groot zijn en invloed hebben op de prestaties. Er is een verband tussen de snelheid en timing van de groeispurt en een toename in blessures. Later rijpe spelers hebben meer overbelastingblessures zowel in de periode voor de grootste groeispurt als tijdens de piek van de groeispurt. Dit komt waarschijnlijk doordat vroeger rijpende spelers in hun omgeving al wel een groeispurt hebben doorgemaakt of aan het doormaken zijn, waardoor zij al groter, sterker en sneller zijn;
6. De juiste schoenen Goede sportschoenen helpen de stabiliteit te vergroten, en stabiliteit is belangrijk bij het bewegen. Elke sport stelt eigen eisen aan de schoenen. Koop daarom schoenen die die passen bij de sport die het kind beoefent. Ook moeten ze goed zitten. Koop geen sportschoenen op de groei, al is dat vanuit kostenoogpunt nog zo verleidelijk, en loopt niet te lang op schoenen waar de demping uit is;
7. Bewegen voor de groeispurt Wij zien dat de algehele motoriek van kinderen de afgelopen generaties minder is geworden. Dit speelt zeker ook een rol in de relatieve overbelasting van kinderen tijdens de groeispurt (Meisjes doorlopen deze groeispurt gemiddeld op de leeftijd van tien tot dertien jaar, jongens tussen twaalf en zestien jaar). Allereerst omdat kinderen veel minder bewegen, maar ook omdat ze eenzijdiger bewegen. Zo verslechtert onder andere de balans. Om een kind gemakkelijker door de veranderingen tijdens de groeispurt heen te laten komen, is het belangrijk dat het in de jaren daarvoor al voldoende en gevarieerd beweegt;
8. Kies de juiste Sticklengte
De lengte van een stick is vooral voor kinderen van groot belang. Met een te lange stick is het erg lastig om de techniek in de vingers te krijgen. Met een te korte stick vermindert de slagkracht en is de kans groot dat je de verkeerde houding aanneemt. In de onderstaande tabel vind je de lengte van de stick in relatie tot de lengte van een kind. De sticklengtes worden aangeduid in inches. De twee belangrijkste punten om op te letten bij het opmeten van de correcte sticklengte voor jeugdspelers is:
- Dat hij nooit boven de navel uitsteekt.
- Dat hij nooit onder het heupbot komt.
Zorg er altijd voor dat je stick aan deze twee punten voldoet. (LET OP! Dit geldt alleen voor junior sticks, bij senior sticks is dit niet meer aan de orde.);
9. Oefeningen Coördinatie & belastbaarheidsoefeningen.
Heb je vragen of wil je meer informatie? Bel ons dan gerust wij staan voor je klaar!
Kinderfysiotherapie wordt 18 keer vergoed uit de basisverzekering, dus het kost je niets!
Leeuwis Fysiogroep
055 534 35 46
https://leeuwisfysiogroep.nl/kinderfysiotherapie/

